Het is eigenlijk een soort vreemdgaan: een ander ziekenhuis, een ander specialisme, andere dokters en een ander bed! Waarmee ik overigens niet wil suggereren dat ik het bed deel met mijn specialisten!
Het is ook een heel andere rol en ik vind het best vreemd om aan déze kant te staan.
Vanmorgen kwam een mij volledig onbekende man, als een jonge hond, als een ware wervelwind, blijmoedig mijn hotelkamer binnengestormd. Hij droeg witte AllStars, een spijkerbroek en hij had ’n casual, ongestreken truitje aan. Niet echt JCI-proof maar dat zijn ze hier volgens mij ook niet. Hij oogde in ieder geval alsof ‘ie z’n vrouw met een “ik ben even werken schat, zo terug” vluchtig gedag had gekust en, met een boterham met kaas in z’n knuist, zijn kinderen over hun bol had geaaid en zo, zonder z’n Ritalin, van de ontbijttafel was weggerend.
Hij stelde zich aan me voor als: “Michels, longarts.” “De Zanger, TOA,” antwoordde ik, waarop hij even stil viel. “Hoe is uw geboortedatum?” kon ik nog net inslikken. Ik ben wél JCI-proof, geïndoctrineerd én geconditioneerd!
Alhoewel, het is soms lastig om in mijn rol te blijven. De 5 momenten van handhygiëne lap ik nu lekker aan mijn laars en ik stoor me niet aan het feit, wat ik ziekenthuis wél doe, dat de “houdbaar tot-stickers” op de zeepdispensers ontbreken. Ik kijk met andere ogen. Hix hebben ze overigens wel in Helmond.
Dit kleine ziekenhuis ademt wel ook mijn sfeer. Het is een ziekenhuis naar mijn hart! Én longen!






