Vreemdgaan

Het is eigenlijk een soort vreemdgaan: een ander ziekenhuis, een ander specialisme, andere dokters en een ander bed! Waarmee ik overigens niet wil suggereren dat ik het bed deel met mijn specialisten!

Het is ook een heel andere rol en ik vind het best vreemd om aan déze kant te staan.

Vanmorgen kwam een mij volledig onbekende man, als een jonge hond, als een ware wervelwind, blijmoedig mijn hotelkamer binnengestormd. Hij droeg witte AllStars, een spijkerbroek en hij had ’n casual, ongestreken truitje aan. Niet echt JCI-proof maar dat zijn ze hier volgens mij ook niet. Hij oogde in ieder geval alsof ‘ie z’n vrouw met een “ik ben even werken schat, zo terug” vluchtig gedag had gekust en, met een boterham met kaas in z’n knuist, zijn kinderen over hun bol had geaaid en zo, zonder z’n Ritalin, van de ontbijttafel was weggerend.

Hij stelde zich aan me voor als: “Michels, longarts.” “De Zanger, TOA,” antwoordde ik, waarop hij even stil viel. “Hoe is uw geboortedatum?” kon ik nog net inslikken. Ik ben wél JCI-proof, geïndoctrineerd én geconditioneerd!

Alhoewel, het is soms lastig om in mijn rol te blijven. De 5 momenten van handhygiëne lap ik nu lekker aan mijn laars en ik stoor me niet aan het feit, wat ik ziekenthuis wél doe, dat de “houdbaar tot-stickers” op de zeepdispensers ontbreken. Ik kijk met andere ogen. Hix hebben ze overigens wel in Helmond.

Dit kleine ziekenhuis ademt wel ook mijn sfeer. Het is een ziekenhuis naar mijn hart! Én longen!

Dompers

Ik had me Jos’ thuiskomst -na zijn fietstocht van 2 maanden en ruim 3900 kilometer, 2 dagen reizen met 9 treinen en 8 x overstappen, eindelijk veilig thuis- natuurlijk heel anders voorgesteld. En ander híj wel!

Dit had een vrolijk en feestelijk moment moeten worden maar daar had het, afgelopen vrijdag, weinig van weg. Het was vooral lúcht weg. Natuurlijk was ik erg blij, maar helaas was ik even ziek als blij…

Het werd een gedenkwaardig, vreemd en onwerkelijk weerzien. Jos kwam thuis om middernacht thuis, mooi op tijd om mij de dag erop naar het ziekenhuis te brengen.

Zodoende zijn we nog steeds niet bijgepraat. Vanzelfsprekend heeft Jos wel al veel verteld en heb ik zijn verhalen ademloos aangehoord, maar ik heb mijn verhalen nog niet kunnen doen omdat ik kortweg geen puf heb om te praten. Ik hoop dat we straks met míjn thuiskomst ook de zíjne kunnen vieren. Groots!

Maar goed, Godzijdank wás Jos thuis, wat een timing! God’s luchtwegen zijn ondoorgrondelijk!

Een andere domper op de feestvreugde was de finale van de Nederlandse dames. Of nee, natuurlijk niet de finale op zich, maar het feit dat we hem niet gezellig samen konden kijken zoals we dat, normaal gesproken, gedaan zouden hebben. Jos zat thuis en ik keek hier, in het kader van de emancipatie, met het bord op schoot. Gewoon omdat het kan. of, níet anders kon.

Ik heb helaas niet de longen uit mijn lijf kunnen schreeuwen. Dat zat er even niet in. Maar ik zat wel degelijk klaar met mijn vuvuzela! 

Inspiratie

Er is mij verteld dat ik op de afdeling longgeneeskunde lig, maar kijkend naar het briefje onder de klok tegenover mijn bed, en kijkend naar de gemiddelde leeftijd van de mensen om mij heen, zou het toch best eens kunnen zijn dat ik op geriatrie terecht gekomen ben.

Ik vind het een dubieus briefje, of het is toch op z’n minst dubieus dat men hier kennelijk denkt dat ik zou kunnen vergeten waar ik ben en in welk jaar we leven. Controleren op welke afdeling ik lig kan ik niet: mijn zuurstof is maar 10 meter’slang en daarmee kan ik noch van de afdeling, noch ontsnappen aan de tijd. Mijn ademweg is gewoonweg te kort.

Een reden om te denken dat ik hier wel degelijk op de juiste plaats lig, is dat ik hier op de longafdeling veel inspiratie vind. Méér dan ik de afgelopen maanden, maar vooral de laatste dagen, thuis heb kunnen vinden. Én, wie schrijft, die blijft!

Het blijft een ongemak dat ik, als technisch oogheelkundig assistent, niet blind kan typen. Heel soms, in het normale luchtige leven, zeg ik vrienden wel eens dat ik liever even bel in plaats van app omdat ik nog altijd sneller praat dan typ.

Op dit moment is daar allerminst sprake van en is het zo dat ik beter en sneller typ dan praat. Veel sneller! En dat zegt een hoop!

Prednison

Het enige positieve aan dit hele verhaal, leek de bijkomstigheid dat ik, dankzij de stevige dosis Prednison, binnen afzienbare tijd weer over mijn reuk- en smaakvermogen zou beschikken. Want dat is, tot nu toe, iedere keer het geval geweest na het starten met Prednison, zélfs in lagere doseringen. En dus was ik stiekem ook wel blij toen de huisarts mij dat vorige week voorschreef: 30 mgr, gedurende 7 dagen!

“Bingo,” dacht ik,” dat houdt in dat ik, met een beetje geluk morgen al, na maanden van afwezigheid, weer kan proeven en ruiken.” Ieder nadeel heeft zijn voordeel en nog in de spreekkamer, rekende ik me al reuk.

Inmiddels ben ik 4 dagen verder, is de dosis opgehoogd en doet mijn neus nog steeds niks….

Rozengeur en maneschijn

Mijn kamergenote, Annie, “mag alleen maar rozen”, zo heeft zij mij duidelijk gemaakt. Voor alle andere bloemen is zij allergisch. Daarvan wordt zij benauwd en dat moeten we nou net niet hebben. Dat brengt mij wel in een lastige positie want stel, stél nou dat ik bloemen krijg van mijn bezoek, en het zijn géén rozen, wat dan? Annie er uit of ík er uit?

Ik ben gek op alle bloemen, op één soort na. Maar ik kan toch moeilijk tegen mijn bezoekers zeggen dat ze alleen rózen mee mogen brengen? Mijn bezoek de bloemen weer mee terug naar huis te laten nemen, zou jammer zijn en staat ook nog eens onsympathiek. Alleen voor chrysanten maak ik graag een uitzondering en doe ik graag een keer onsympathiek.

Nachtdienst

“Nou, als ik dan toch niks kan en ‘s nachts niet slapen kan omdat de Prednison mij door mijn bed doet stuiteren, dan heb ik gelukkig nog 10 seizoenen Grey’s Anatomy in het vooruitzicht. Daar heb ik nu mooi alle tijd voor,” dacht ik, toen ik gisteren opgenomen werd. Mijn ziekenhuisserie vanuit mijn ziekenhuisbed. Van de nood een deugd maken noemen ze dat, toch?

Groot, heel erg groot, was mijn teleurstelling, toen vannacht om 3 uur bleek dat, uitgerekend nú, juist vandáág, vannácht, Ziggo gestopt is met het uitzenden van Grey’s Anatomy en álle seizoenen verwijderd heeft!

Da’s best “erg”. Op dit moment, op dit punt in mijn leven.

Wat rest is de nood, de deugd is in rook op gegaan, vervlogen met de Ventolin. De Ventolin waar je overigens niet mínder hard van gaat stuiteren. Tsjongejonge, ’t gaat tegen de 110 aan!

Geen Bailey, Yang, Izzy, Alex, George, McDreamy, McSteamy, little Grey en Mer meer.

Niks ziekenhuisserie. Alleen maar ziekenhuis. En longartsen. En ben ik figurant of speel ik de hoofd- of een bijrol? Veel tekst heb ik in ieder geval niet en het is, hoe dan ook, al helemaal geen glansrol die ik in deze soap vervul.

Mijn plasslang

Mijn plasslang is niet wat het woord doet vermoeden maar is een 10 meter lang verlengsnoer voor mijn zuurstof-uit-de muur zodat ik ermee naar het toilet kan, en ik, zonder in grotere ademnood te komen, zeer zuurstofrijkelijk, kan plassen én douchen.

Het is zuurstof, slapen, zitten, Ziggo en zappen. Het allitereert als zon, zee en zuipen, maar het ligt net een beetje anders. De mini-bar is nog leeg.

Nog geen 2 weken geleden was ik voor ’n controle op de poli bij de longarts, was er niets aan de hand en werd ik goed gekeurd voor een jaar. Het bleek een soort garantie tot de hoek te zijn, okay, mét 10 meter verlenging: “pure pech!” volgens mijn longarts.

‘n Weekje HotElkerliek

Hoewel ik al 2 dagen stevig aan de Prednison en de Amoxicilline zit en ik me helemaal suf puf, verkeer ik nog steeds flink in ademnood, dúsdanig in nood dat ik vanmorgen, via de huisartsenpost, op de afdeling spoedeisende hulp van het Elkerliek Ziekenhuis beland ben. Het is een soort déjà vu. In januari 2016 was ik hier ook. Dezelfde kamer op de SEH, dezelfde rituelen, toeters, slangen en bellen.

Het enige verschil met destijds is dat ik nu wel al m’n koffertje had mee gebracht. Ik zag de bui al hangen, maar ja die was dan ook moeilijk te missen: de hoestbuien regen zich al reutelend en piepend aaneen.

In 4 uur tijd heb ik alle protocollen die op mij van toepassing waren, doorlopen: zuurstof, infuus, astrup, veel en vaak vernevelen, bloedprikken, weer ’n astrup, méér zuurstof, meer bloedprikken, een hartfilmpje, X-thorax en wel ja, tóe maar, nóg een astrup. Dat worden weer mooie paarse polsen de komende weken.

Na afloop van deze welkomstrituelen is er een 2-persoonskamer voor me geboekt, 600 meter van huis. Aanvankelijk voor een long-weekend om even op adem te komen. Eigen badkamer op de gang, maar geen balkon en geen zeezicht, helemaal geen zicht eerlijk gezegd en dat terwijl ik toch goed aanvullend verzekerd ben.

All-inclusive, dát dan weer wel: zuurstof, antibiotica, puffers. Ik ga viral, vol Prednison en vol pension. O ja, én mini-bar! Dus ach, zo uitzichtloos wordt het misschien ook weer niet!