Als je er donderdag nog bent…

De dag begon vanmorgen vroeg al goed met nog meer mooie bloemen en fijn bezoek. Mijn zoon, Ruben, zo vaak zien we elkaar niet, is geweest; hij vertrekt vrijdag voor “a long trip” naar Indonesië waar hij met een vriend gaat backpacken.

Vervolgens kwam vanmiddag een van de verpleegkundigen breedlachend binnengewandeld. In haar armen hield ze een enorme cadeau-doos. Voor mij! Van mijn grote vriendin! Wat een verrassing!

Als kers op de taart kwam mijn lieve vriendin met haar man én met prachtige rozen. Op doktersvoorschrift. Ook de buurvrouw is er erg mee in haar nopjes!

Annie, ik houd haar nauwlettend in de gaten, zit er overigens nog steeds florissant bij! Zíj wel, maar vanmiddag zag ze de krant, die Jos eerder had meegebracht, liggen. “Zo, ‘ns effe kiehhhhhkkuhh wietter dauwd is,” zei ze en verdween in de bijlage van het Eindhovens Dagblad, op zoek naar de rouwadvertenties.

Een andere goede vriendin van me ziet het kennelijk somber voor me in, ze vreest het ergste en houdt met alles rekening. Zij appte mij: “Hi Eva, sterkte en als je er donderdag nog bent kom ik fff langs!”

Het gaat nog niet zo goed met me en het is momenteel best afzien, maar ik zie mezelf voorlopig nog niet ij=n de bijlage van de krant staan hoor!  

Zo lang ze maar geen chrysanten mee brengt donderdag. Niet als ik er nog ben en zelfs niet als ik er niet meer mocht zijn.

Van ‘t kastje naar de muur

Terwijl Jos, amper 5 dagen thuis, zijn volgende fietsreis al weer voorbereidt (en voor-be-rijdt) doe ik mijn best van het kastje naar de muur, en weer terug, te lopen. De stukjes over de gang voelen als bergetappes en ook douchen zonder zuurstof is een hele tour.

Terwijl ik vanmorgen bij zat te komen van het ochtendritueel, werd een prachtige bos bloemen bezorgd. Van “mijn” oogartsen! Ik houd toch echt meer van oogartsen dan van longartsen, en zij ook van mij, vermoed ik, want van mijn longartsen krijg ik geen bloemen. Wel krijg ik van hen slapeloze nachten, een ontiegelijk droge bek, veel bloeduitslagen en bovendien brengen ze mijn hart op hol, maar het kan ook zijn dat de Ventolin dat doet.

De bloemen van de oogartsen, het zijn geen rozen, maar ook geen irissen. Annie durft er niet naar te kijken maar ze doet het er, tot nu toe, nog goed op.

Tegen de tijd dat ze verlept of blauw aanloopt, zal ik wel een keer op de noodbel drukken.

Comfort-room

De mini-bar op mijn kamer wordt dagelijks aangevuld door Jos. Van cola tot kipfilet en vooral ook veel vers fruit.

Het ontbreekt mij aan niets, maar een ietsiepietsie meer lucht zou wel fijn zijn. Desnoods gebakken lucht!

Nu is het wachten op het rijdend ontbijtbuffet. Normaal gesproken, of, in échte hotels, maak ik daar altijd gretig gebruik van, en ook hier is de keuze réuze. Desondanks eet ik weinig. Het smaakt niet, ik heb geen eetlust en eten kost me te veel kruim.

‘n Luchtje scheppen

Vanmiddag kwam de fysiotherapeut om ademhalingsoefeningen met me te doen. Die hebben we vervolgens meteen in praktijk gebracht en samen hebben we mijn grens verlegd. Het was een zware etappe met onderweg vooral veel oponthoud en hoestbuien, maar het is een flinke stap vooruit in deze dagen en mijn wereld is een heel klein beetje groter: hij is uitgebreid met de gang naar de neurologie.

Van een écht luchtje scheppen is helaas nog steeds geen sprake. Mijn reuk is nog steeds niet terug ondanks 5 dagen Prednison 40 milligram.

SMS PRED-NEUS-ON naar 06-1480….

De zakkenwasser II

Vanmiddag zat de bonte was nog steeds achter slot en grendel. De buurvrouw heeft een donkerbruin vermoeden dat de buurman, per ongeluk, het kinderslot geactiveerd heeft. “Heb ze maar groot, die mannen,” heeft ze al een aantal keer wanhopig uitgeroepen, in de stellige overtuiging dat ze in mij een bondgenoot had gevonden.

Maar gelukkig heb ik niet zó’n man! Die van mij gaat gewoon lekker 2 maanden fietsen naar de Zwarte Zee en verzorgt zijn eigen was! Lekker in de Robijn Black Velvet.

Ondertussen heeft de buurman een monteur gebeld en is hij met de overige was naar de buurvrouw gegaan. Zíjn buurvrouw.

Die ene vraag

Ik zat er op te wachten, op de visite van de longarts en op die ene, zó voor de hand liggende, vraag die ik zelf, als in zijn schoenen stond, nooit zou stellen en zéker niet zo zou formuleren.

En geloof het of niet, hij stelde hem! Letterlijk! Hij ging naast me, op de rand van mijn bed zitten, legde zijn handen ineen geslagen in zijn schoot, keek me ietwat meewarig aan en vroeg me, op bemoedigende toon, bloedserieus: ”Hoe’st?”

Écht waar! Ik kon een enorme bulderhoest ternauwernood voorkomen.

En omdát ik minder hoest, mag ik, na 3 dagen, van de zuurstof af wat een enorm gevoel van vrijheid geeft. Tussen mijn oren. Heerlijk, om van die neusbril af te zijn. Ik ging er én niet beter door kijken en ook niet beter door ruiken.

Dat het slechts een schijnvrijheid betreft, blijkt uit het feit dat ik nog steeds maar een actieradius van 3 meter heb.

Met het uitbreiden van mijn territorium en een eventuele ontsnappingspoging zal ik dus nog even moeten wachten.

De zakkenwasser I

Mijn buurman wil een was draaien maar de buurvrouw is niet thuis. Díe ligt naast me, rozig te zijn. De buurman, ik schat hem eind zestig, begin 70, weet niet hoe de wasmachine werkt en hij krijgt,‘s morgens tijdens het bezoekuur, zowel mondeling als schriftelijk, uitgebreide instructies mee van mijn buurvrouw.

“En,” vraagt mijn buurvrouw, ‘s middags als de buurman weer op bezoek is, “is het gelukt met de was?”

Er volgt, een heel bezoekuur lang, niets dan gemopper. De buurman heeft meerdere pogingen gedaan, maar vooral om het deurtje van de wasmachine weer open te krijgen na het draaien van de eerste was. Die was, die overigens ook nog eens niet, slechts een half uur draaide, zoals de buurvrouw hem gegarandeerd had, maar volgens de buurman, ruim 2 uur had gedraaid.

De buurman is zelf ook doorgedraaid en als, aan het eind van het bezoekuur, blijkt dat hij ook nog eens niet van plan is voor zich zelf te gaan koken, raakt ook mijn buurvrouw, op haar beurt, volledig over haar 1400 toeren.

Het is slecht gesteld met de zelfredzaamheid van de buurman en eigenlijk is hij is er belabberder aan toe dan de buurvrouw en ik bij elkaar!

Vreemdgaan

Het is eigenlijk een soort vreemdgaan: een ander ziekenhuis, een ander specialisme, andere dokters en een ander bed! Waarmee ik overigens niet wil suggereren dat ik het bed deel met mijn specialisten!

Het is ook een heel andere rol en ik vind het best vreemd om aan déze kant te staan.

Vanmorgen kwam een mij volledig onbekende man, als een jonge hond, als een ware wervelwind, blijmoedig mijn hotelkamer binnengestormd. Hij droeg witte AllStars, een spijkerbroek en hij had ’n casual, ongestreken truitje aan. Niet echt JCI-proof maar dat zijn ze hier volgens mij ook niet. Hij oogde in ieder geval alsof ‘ie z’n vrouw met een “ik ben even werken schat, zo terug” vluchtig gedag had gekust en, met een boterham met kaas in z’n knuist, zijn kinderen over hun bol had geaaid en zo, zonder z’n Ritalin, van de ontbijttafel was weggerend.

Hij stelde zich aan me voor als: “Michels, longarts.” “De Zanger, TOA,” antwoordde ik, waarop hij even stil viel. “Hoe is uw geboortedatum?” kon ik nog net inslikken. Ik ben wél JCI-proof, geïndoctrineerd én geconditioneerd!

Alhoewel, het is soms lastig om in mijn rol te blijven. De 5 momenten van handhygiëne lap ik nu lekker aan mijn laars en ik stoor me niet aan het feit, wat ik ziekenthuis wél doe, dat de “houdbaar tot-stickers” op de zeepdispensers ontbreken. Ik kijk met andere ogen. Hix hebben ze overigens wel in Helmond.

Dit kleine ziekenhuis ademt wel ook mijn sfeer. Het is een ziekenhuis naar mijn hart! Én longen!

Dompers

Ik had me Jos’ thuiskomst -na zijn fietstocht van 2 maanden en ruim 3900 kilometer, 2 dagen reizen met 9 treinen en 8 x overstappen, eindelijk veilig thuis- natuurlijk heel anders voorgesteld. En ander híj wel!

Dit had een vrolijk en feestelijk moment moeten worden maar daar had het, afgelopen vrijdag, weinig van weg. Het was vooral lúcht weg. Natuurlijk was ik erg blij, maar helaas was ik even ziek als blij…

Het werd een gedenkwaardig, vreemd en onwerkelijk weerzien. Jos kwam thuis om middernacht thuis, mooi op tijd om mij de dag erop naar het ziekenhuis te brengen.

Zodoende zijn we nog steeds niet bijgepraat. Vanzelfsprekend heeft Jos wel al veel verteld en heb ik zijn verhalen ademloos aangehoord, maar ik heb mijn verhalen nog niet kunnen doen omdat ik kortweg geen puf heb om te praten. Ik hoop dat we straks met míjn thuiskomst ook de zíjne kunnen vieren. Groots!

Maar goed, Godzijdank wás Jos thuis, wat een timing! God’s luchtwegen zijn ondoorgrondelijk!

Een andere domper op de feestvreugde was de finale van de Nederlandse dames. Of nee, natuurlijk niet de finale op zich, maar het feit dat we hem niet gezellig samen konden kijken zoals we dat, normaal gesproken, gedaan zouden hebben. Jos zat thuis en ik keek hier, in het kader van de emancipatie, met het bord op schoot. Gewoon omdat het kan. of, níet anders kon.

Ik heb helaas niet de longen uit mijn lijf kunnen schreeuwen. Dat zat er even niet in. Maar ik zat wel degelijk klaar met mijn vuvuzela! 

Inspiratie

Er is mij verteld dat ik op de afdeling longgeneeskunde lig, maar kijkend naar het briefje onder de klok tegenover mijn bed, en kijkend naar de gemiddelde leeftijd van de mensen om mij heen, zou het toch best eens kunnen zijn dat ik op geriatrie terecht gekomen ben.

Ik vind het een dubieus briefje, of het is toch op z’n minst dubieus dat men hier kennelijk denkt dat ik zou kunnen vergeten waar ik ben en in welk jaar we leven. Controleren op welke afdeling ik lig kan ik niet: mijn zuurstof is maar 10 meter’slang en daarmee kan ik noch van de afdeling, noch ontsnappen aan de tijd. Mijn ademweg is gewoonweg te kort.

Een reden om te denken dat ik hier wel degelijk op de juiste plaats lig, is dat ik hier op de longafdeling veel inspiratie vind. Méér dan ik de afgelopen maanden, maar vooral de laatste dagen, thuis heb kunnen vinden. Én, wie schrijft, die blijft!

Het blijft een ongemak dat ik, als technisch oogheelkundig assistent, niet blind kan typen. Heel soms, in het normale luchtige leven, zeg ik vrienden wel eens dat ik liever even bel in plaats van app omdat ik nog altijd sneller praat dan typ.

Op dit moment is daar allerminst sprake van en is het zo dat ik beter en sneller typ dan praat. Veel sneller! En dat zegt een hoop!