‘n Prednibijzondere bijkomstigheid

Wat is het toch bijzonder om je continue bewust te zijn van de geuren die je omringen. Ongeacht wélke geuren dat zijn.

’s Morgens, onder de douche, ruikt mijn washandje eerst zacht geel naar de Robijn Zwitsal, daarna kleurt het, net zo zacht, naar de oranje Rituals mousse en voel ik me als een happy Bhudda.

Ik heb Roos, in een reukloze periode, een keer een busje Tom-Pouce-douche-mousse gegeven, écht HEMA! ’t Zag er schattig uit en het kon haast niet anders dan lekker roze ruiken. Dácht ik.

Begin deze maand, tijdens het inpakken en verhuizen van haar leven in Leuven, stopte ze het mij toe. “Sorry mam, hij is écht te zoet,” zei ze, wetende dat mij níets te zoet is en wetende dat ik toch niet zou ruiken hóe smerig zoet hij zou zijn. Tot twee weken terug, en inderdaad, hij blijkt bijna misselijkmakend zoet!

Nu was ik, op deze zwoele zomeravonden, voor het slapen gaan, mijn voeten er mee, met de zware vanilledampen ver verwijderd van mijn neus.

Ook nú pas ruik ik dat de shampoo van Holland&Barret, die ik al 2 maanden gebruik, écht naar cacao ruikt en hoe friszoet het micellair water van de HEMA ruikt.

Mijn tandpasta, haarcrème, deo en dagcrème. De Calci-chew, “o ja, da’s waar ook, citroen”.

Jos’ aftershave op de slaapkamer, zelfs als hij zelf al lang en breed beneden achter de krant zit. De kránt!

Ik was vergeten hoe de 3 smaken “fragance mist” van Victoria’s Secret ruiken. Ik schafte ze, in een reukrijke periode, enthousiast kort na elkaar aan, je weet immers maar nooit, en inderdaad, niet lang daarna verdween alle geur weer uit mijn leven.

Gaf ik het anders, na 8 x spuiten van decolleté, hals en polsen op, want stél nou dat ik na 5 x wél iets zou gaan ruiken, nu word ik na 2 x spuiten al bedwelmd door een groot gevoel van gelukzaligheid.

Het is dan net 8 uur geweest en de dag moet nog beginnen.

Uit eerste hand

Jos komt ook zo af en toe bij de apotheek. Hij heeft een triggerpink waarin hij de afgelopen jaren al een aantal keer, van de huisarts, een injectie heeft gekregen. Helaas steeds met, slechts, tijdelijk effect.

Bij de laatste injectie, 2 weken geleden, blijkt hij geen baat te hebben en dus wordt het tijd voor een volgende stap, zo lazen we al googelend. Handfysiotherapie, maar ook een spalk om de pink rust te geven maar vooral om te voorkomen dat zijn pink ‘s nachts krom trekt.

Al weken namelijk, moet Jos hem iedere morgen bij het wakker worden, met veel moeite, geforceerd, met zijn andere hand, recht zetten. Dit ritueel gaat, duidelijk hoorbaar, gepaard met veel pijn, geklaag en gekerm dat uitmondt in een lange diepe zucht van verlichting.

En dus ging Jos met zijn pink naar de overkant, naar de apotheek, voor een vingerspalk. “Om de juiste maat van de spalk te kunnen bestellen, vroeg de apothekersassistente me mijn pink op de balie te leggen”, vertelde Jos bij thuiskomst. “Toen legde ze, ter vergelijking, die van haar ernaast en zei, u heeft wel een grote zeg!”, vervolgde hij, glimmend van trots.

“Voor de zekerheid heeft ze er 2 besteld, ook nog een maatje groter. Morgen kan ik hem ophalen,” zo besloot Jos het gedetailleerde verslag van zijn bezoek aan de apotheek.

Geen bittere pil, géén dikke pil, maar wél een grote pink!

Daar kan je ook mee thuis komen!

Ik win terrein

Nou, ik anders óók hoor!

Ik win terrein, letterlijk en figuurlijk!

Ik rommel wat in huis en vandaag staat ook de JUMBO, op 2 minuten lopen van huis, op mijn lijstje.

Jos durft me weer alleen te laten. Het is een rustdag in de Tour en terwijl hij een etappe naar Tilburg fietst, lees ik mijn boek lekker uit.

De stad is nog een brug te ver

Gelukkig is er een vervolg op, en dáár op. En ook daar weer op. Maar zó veel tijd hoop ik niet nodig te hebben want dat zou mijn dikke pil van dat moment in een een bittere pil doen veranderen. ’t Is wel wrang en lang genoeg geweest zo.

Ik had me zelf als doel gesteld het volgende deel zelf, lópend, bij de boekwinkel in de stad, te gaan halen. De stad blijkt echter nog een brug te ver.

Gelukkig is er, hier in de straat, tegenover de apotheek, ook een bóekwinkel waar ik mijn volgende pil kan halen.

Vooruit

‘s Morgens vind ik me zelf een hele Piet en begin ik wat te enthousiast en overmoedig aan de dag, zo blijkt als ik om 10 uur uitgeteld aan de koffie zit.

Al met al gaat ‘t gelukkig, zij het kleine beetjes, beter. Ik ben vaker, of lánger op.

Als ik dan op ben, dan doe ik niets en dát wissel ik af met op bed liggen. De kunst van niets doen wilde ik graag onder de knie krijgen. Het ziet er naar uit dat dit me eindelijk gelukt is!

Is lezen níets doen? Want lézen, dát doe ik wel. Eindelijk! In dat boek dat al sinds vorig jaar oktober geduldig op mij ligt te wachten. Ik ben destijds gestrand op bladzijde 62. Mijn vele voornemens ten spijt, kom ik normaal gesproken niet aan lezen toe of gun mezelf de tijd er niet voor.

Nu héb ik tijd, waarmee ik niet veel anders kan doen dan lezen, ook ‘s nachts als de Prednison me met succes uit mijn slaap probeert te houden en ik onmogelijk in slaap kan komen. Ook dan is mijn dikke pil een uitkomst!

Mijn plasslang II

Als je bij de apotheek zegeltjes kon sparen, dan had ik kasten vol nieuwe handdoeken of kon ik iedere week gratis naar de Efteling. Ik ben daar kind aan huis.

Vandaag ben ik er ook weer 2 keer geweest, de apotheek is gelukkig heel dichtbij, aan aan de overkant. Vanuit onze slaapkamer kijk ik er zo binnen. Eerst heb ik er, vanmorgen vroeg, een urinepotje gehaald omdat ik een ontstoken plasslang dacht te hebben. De blaasontsteking werd rond het middaguur door de huisarts bevestigd en dus kon ik, met een volle spaarkaart, voor wéér een antibioticumkuur.

Mijn straal, en mijn wereld, wordt daarmee langzaam wel wat groter en beslaat inmiddels een gebied waarbinnen zowel de apotheek, het ziekenhuis als de huisartsenopraktijk vallen.

Niks te vertellen

Ik heb nog niet veel te vertellen en daar heb ik me maar bij neer gelegd. Letterlijk. Er zit weinig anders op. Het is de hele dag op en af, maar meer af dan op. De hometrainer staat hier op de slaapkamer en vanuit bed zwaai af en toe even naar hem. Zelfs afstoffen doe ik hem niet nu. Ik kijk, vanaf de bank, hijgend naar de Tour de France. Zo lang ik niks doe, gaat het prima met me.

Alleen aan mijn eetlust kan ik merken dat het beter met me gaat. Ik heb weer trek, soms ook honger en ja, het feit dat ik weer smaak heb, draagt daar natuurlijk ook aan bij. De Prednison ook…

Appeltaart

Heerlijk om weer thuis te zijn. Heel even voelt het vreemd en onwennig. Het is dat gevoel, dat je ook krijgt, althans ík, als je verwonderd om je heen kijkt, wanneer je thuiskomt na een vakantie.

Ik heb de ballonnen een prominente plek in huis gegeven. En het lijkt warempel wel feest. Kaarten, bloemen, ballonnen, bezoek. Bezoek dat gebakjes meebrengt, en Jos die ondertussen een appeltaart voor me bakt!

De smaak en geur van appeltaart, dát is waarop ik me, in mijn smaakloze periode, het meest heb verheugd. En paprika chips!

In beide behoeften is inmiddels ruimschoots voorzien! Natuurlijk, ik heb er nog veel meer, en waar de Prednison deze behoeftes gretig wil omarmen, probeer ik ze uit alle macht te negeren.

Het gaat gelukkig niet alleen om proeven en eten. Ook alleen geuren al geven kleur aan een dag. De geur van thuis, van schone handdoeken uit de droger, van regen, snoeiafval en shampoo, verse jus d’orange en doucheschuim, m’n mascara, de kelderkast, brood, bakken en braden. Niets is, voor mij, vanzelfruikend! Ik word er door omringd, ben me continue bewust van de nevel van geuren die mijn gemoed kleurt. Ik hoef niet eens mijn best te doen ze aan te raken. Ze zijn er gewoon.

Ontslag

Vanmorgen al vroeg “in bedrijf”. Het láátste bedrijf, nog voor de eerste en tevens laatste nevelsessie. Om 10 uur zou Jos me komen halen en dus had ik úren de tijd om mijn koffer in te pakken. Alles gaat traag nu, maar gelukkig schikt de klok zich zonder morren soepel naar mijn sloomheid.

Om hen te bedanken voor de goede zorgen, de aandacht en vooral voor alle inspiratie, heb ik, naar goed gebruik, een kaartje geschreven voor alle medewerkers van de afdeling.

Wetende hoeveel er op onze poli gesnoept wordt en dat ik nu niet staat ben een paar kilo pindarotsjes te maken en me realiserend hoe groot het verloop op een verpleegafdeling is, besloot ik niet te trakteren maar een bijdrage te leveren aan de personeelspot. Een sputumpotje, gevuld met opgehoeste euro’s. Heeft dat huffen toch nog íets opgeleverd.

Ontslagen uit het ene ziekenhuis, met een tussenstop thuis, op weg naar mijn 25-jarig jubileum in “mijn eigen” ziekenhuis, waar ik dan, feitelijk en welgeteld, zelfs al 27,5 jaar in bedrijf ben.

Ik heb nog even tijd nodig om op adem te komen maar ik kan niet wachten mijn comeback te maken. Of ik 1 augustus haal, is niet de vraag, of ik er dan al bén, en al zal stáán, dát wel.

Opgelucht ademhalen

Mijn weekje Hotelkerliek zit er bijna op! Het is zéker: morgen mag ik, met de beloofde portie Prednison-voor-een-paar-weken, naar huis!

De week is hoe dan ook, omgevlogen. De tijd is vérvlogen, de zuurstofdampen om me heen zijn nog nauwelijks opgetrokken en ik hul me nog in een nevel en mist van Atrovent.

Hoewel ik me nog steeds slechts een “vijfje” voel, voel ik me, gelukkig, veel beter dan vorige week om deze tijd.

Voor het verdere herstel zal ik nog een lange adem nodig hebben, zo is mij op het hart gedrukt. Ik ben in ieder geval opgelucht en erg blij dat ik met, fijne vooruitzichten, naar huis mag!

Het was geen Grey’s Anatomy, maar ’n mini-serie, adembenemend, ’n kort maar krachtig scenario, niet bloedstollend, maar wel met een fantastische cast en een bescheiden rolletje voor mij. Het kwam eigenlijk neer op één lange bedscène.

Morgen word ik uit het script geschreven en verdwijn ik van dit toneel, om op een later moment, in mijn eigen, langlopende, ziekenhuisserie mijn rentree te maken. Een serie zonder doemscenario’s.

Déze rol heb ik gespeeld en ik vond het, zelfs zonder tekst, best een lastige. De rol als artiest in het Circus Jeroen Bosch, vóelt, staat en past mij vele malen beter! Die is mij op het lijf geschreven!

Rap

Rap gaat het niet, maar ik boek vooruitgang: ik ben vanmorgen niet één keer, maar wel twéé keer achter elkaar de gang heen en weer gelopen en nog rechts af, 3 meter neurologie-gang er achter aan! Lig ik vervolgens op apegapen, word ik door de fysio wakker gemaakt om nogmaals mijn kunstje te vertonen.

Trap-, en rap lopen is geen harde eis om naar huis te mogen maar ik was toch wel erg benieuwd hóe ver ik zou komen op de trap. Dat blijken er 10 te zijn. Tréden. Welgeteld tien treden. De trap thuis telt er 22…

Gelukkig kan Jos heel goed trappen!