Vliegende vaart

Vorige week vloog ik nog over de poli. Toegegeven, écht hard liep ik op dat moment al niet meer. Meewarige blikken vielen mij toen al ten deel en toen ik om half 7 bulderend de poli verliet, werd ik nageroepen: ”zo, zo, nog één nachtje…” Het werden er uiteindelijk 2, maar diegene had wél goed gezien en heeft er duidelijk oog voor.

Dat het zo’n vaart zou lopen, dat zag ik toen niet aankomen. De vaart is er nu volledig uit. Álle vaart is er uit en ik schuifel nog slechts, hier over de gang van de longafdeling, snakkend naar adem, happend naar lucht, op zoek naar inspiratie.

De zakkenwasser III

Inmiddels weet ik alles over het “durreke” van de wasmachine van de buurman. Uit eerste hand nog wel! Hij heeft me er in geur en kleur, zeer gedetailleerd, over verteld en hij was er nog trots op ook.

Op het, voor slechts €39,95 -door van Duppen- gerepareerde “durreke”, waarvan een “pinneke” was afgebroken omdat het “durreke” van de nieuwe wasmachine niet open wilde en hij het misschien per ongeluk toch wel enigszins iets geforceerd had.

Ik weet inmiddels ook dat hij net als Jos 67 is, bijna 68…. en dat hij, door het hele gedoe, behoorlijk van de kook was!

Als een roos…

Om vannacht niet continu in de fel verlichte gang te kijken, én in de hoop iets makkelijker in slaap te komen, heb ik mijn bedgordijn een stukje dicht getrokken. Zo dim ik het licht enigszins en waan ik me wat in de luwte van het luchtledige.

De afdeling maakt zich op voor de nacht, diensten worden overgedragen en in de stilte van het duister vallen bepaalde geluiden meer op dan tijdens het geroezemoes gedurende de dag. De geluiden in de nacht laten zich dimmen noch dempen maar worden hooguit iets diffuser.

Er wordt geroepen, gerocheld, geblaft en gepiept. Het is het piepen van kunststof klompen en van infuuspompen, van vernauwde luchtpijpen en van paniek. Ik doe mijn naam eer aan door af en toe ook een aardig deuntje mee te doen. Ik doe daarbij overigens niet onder voor een zeehond.

De buurvrouw ligt al uren op één oor en slaapt als een roos. Ze vertoont nog steeds geen tekenen van een pathologische of anafylactische reactie op mijn bloemen.

Voor de zekerheid heb ik ze voor de nacht maar wel even op de gang gezet.

De bloemen. Níet Annie.

Als je er donderdag nog bent…

De dag begon vanmorgen vroeg al goed met nog meer mooie bloemen en fijn bezoek. Mijn zoon, Ruben, zo vaak zien we elkaar niet, is geweest; hij vertrekt vrijdag voor “a long trip” naar Indonesië waar hij met een vriend gaat backpacken.

Vervolgens kwam vanmiddag een van de verpleegkundigen breedlachend binnengewandeld. In haar armen hield ze een enorme cadeau-doos. Voor mij! Van mijn grote vriendin! Wat een verrassing!

Als kers op de taart kwam mijn lieve vriendin met haar man én met prachtige rozen. Op doktersvoorschrift. Ook de buurvrouw is er erg mee in haar nopjes!

Annie, ik houd haar nauwlettend in de gaten, zit er overigens nog steeds florissant bij! Zíj wel, maar vanmiddag zag ze de krant, die Jos eerder had meegebracht, liggen. “Zo, ‘ns effe kiehhhhhkkuhh wietter dauwd is,” zei ze en verdween in de bijlage van het Eindhovens Dagblad, op zoek naar de rouwadvertenties.

Een andere goede vriendin van me ziet het kennelijk somber voor me in, ze vreest het ergste en houdt met alles rekening. Zij appte mij: “Hi Eva, sterkte en als je er donderdag nog bent kom ik fff langs!”

Het gaat nog niet zo goed met me en het is momenteel best afzien, maar ik zie mezelf voorlopig nog niet ij=n de bijlage van de krant staan hoor!  

Zo lang ze maar geen chrysanten mee brengt donderdag. Niet als ik er nog ben en zelfs niet als ik er niet meer mocht zijn.

Van ‘t kastje naar de muur

Terwijl Jos, amper 5 dagen thuis, zijn volgende fietsreis al weer voorbereidt (en voor-be-rijdt) doe ik mijn best van het kastje naar de muur, en weer terug, te lopen. De stukjes over de gang voelen als bergetappes en ook douchen zonder zuurstof is een hele tour.

Terwijl ik vanmorgen bij zat te komen van het ochtendritueel, werd een prachtige bos bloemen bezorgd. Van “mijn” oogartsen! Ik houd toch echt meer van oogartsen dan van longartsen, en zij ook van mij, vermoed ik, want van mijn longartsen krijg ik geen bloemen. Wel krijg ik van hen slapeloze nachten, een ontiegelijk droge bek, veel bloeduitslagen en bovendien brengen ze mijn hart op hol, maar het kan ook zijn dat de Ventolin dat doet.

De bloemen van de oogartsen, het zijn geen rozen, maar ook geen irissen. Annie durft er niet naar te kijken maar ze doet het er, tot nu toe, nog goed op.

Tegen de tijd dat ze verlept of blauw aanloopt, zal ik wel een keer op de noodbel drukken.

Comfort-room

De mini-bar op mijn kamer wordt dagelijks aangevuld door Jos. Van cola tot kipfilet en vooral ook veel vers fruit.

Het ontbreekt mij aan niets, maar een ietsiepietsie meer lucht zou wel fijn zijn. Desnoods gebakken lucht!

Nu is het wachten op het rijdend ontbijtbuffet. Normaal gesproken, of, in échte hotels, maak ik daar altijd gretig gebruik van, en ook hier is de keuze réuze. Desondanks eet ik weinig. Het smaakt niet, ik heb geen eetlust en eten kost me te veel kruim.

‘n Luchtje scheppen

Vanmiddag kwam de fysiotherapeut om ademhalingsoefeningen met me te doen. Die hebben we vervolgens meteen in praktijk gebracht en samen hebben we mijn grens verlegd. Het was een zware etappe met onderweg vooral veel oponthoud en hoestbuien, maar het is een flinke stap vooruit in deze dagen en mijn wereld is een heel klein beetje groter: hij is uitgebreid met de gang naar de neurologie.

Van een écht luchtje scheppen is helaas nog steeds geen sprake. Mijn reuk is nog steeds niet terug ondanks 5 dagen Prednison 40 milligram.

SMS PRED-NEUS-ON naar 06-1480….

De zakkenwasser II

Vanmiddag zat de bonte was nog steeds achter slot en grendel. De buurvrouw heeft een donkerbruin vermoeden dat de buurman, per ongeluk, het kinderslot geactiveerd heeft. “Heb ze maar groot, die mannen,” heeft ze al een aantal keer wanhopig uitgeroepen, in de stellige overtuiging dat ze in mij een bondgenoot had gevonden.

Maar gelukkig heb ik niet zó’n man! Die van mij gaat gewoon lekker 2 maanden fietsen naar de Zwarte Zee en verzorgt zijn eigen was! Lekker in de Robijn Black Velvet.

Ondertussen heeft de buurman een monteur gebeld en is hij met de overige was naar de buurvrouw gegaan. Zíjn buurvrouw.

Die ene vraag

Ik zat er op te wachten, op de visite van de longarts en op die ene, zó voor de hand liggende, vraag die ik zelf, als in zijn schoenen stond, nooit zou stellen en zéker niet zo zou formuleren.

En geloof het of niet, hij stelde hem! Letterlijk! Hij ging naast me, op de rand van mijn bed zitten, legde zijn handen ineen geslagen in zijn schoot, keek me ietwat meewarig aan en vroeg me, op bemoedigende toon, bloedserieus: ”Hoe’st?”

Écht waar! Ik kon een enorme bulderhoest ternauwernood voorkomen.

En omdát ik minder hoest, mag ik, na 3 dagen, van de zuurstof af wat een enorm gevoel van vrijheid geeft. Tussen mijn oren. Heerlijk, om van die neusbril af te zijn. Ik ging er én niet beter door kijken en ook niet beter door ruiken.

Dat het slechts een schijnvrijheid betreft, blijkt uit het feit dat ik nog steeds maar een actieradius van 3 meter heb.

Met het uitbreiden van mijn territorium en een eventuele ontsnappingspoging zal ik dus nog even moeten wachten.

De zakkenwasser I

Mijn buurman wil een was draaien maar de buurvrouw is niet thuis. Díe ligt naast me, rozig te zijn. De buurman, ik schat hem eind zestig, begin 70, weet niet hoe de wasmachine werkt en hij krijgt,‘s morgens tijdens het bezoekuur, zowel mondeling als schriftelijk, uitgebreide instructies mee van mijn buurvrouw.

“En,” vraagt mijn buurvrouw, ‘s middags als de buurman weer op bezoek is, “is het gelukt met de was?”

Er volgt, een heel bezoekuur lang, niets dan gemopper. De buurman heeft meerdere pogingen gedaan, maar vooral om het deurtje van de wasmachine weer open te krijgen na het draaien van de eerste was. Die was, die overigens ook nog eens niet, slechts een half uur draaide, zoals de buurvrouw hem gegarandeerd had, maar volgens de buurman, ruim 2 uur had gedraaid.

De buurman is zelf ook doorgedraaid en als, aan het eind van het bezoekuur, blijkt dat hij ook nog eens niet van plan is voor zich zelf te gaan koken, raakt ook mijn buurvrouw, op haar beurt, volledig over haar 1400 toeren.

Het is slecht gesteld met de zelfredzaamheid van de buurman en eigenlijk is hij is er belabberder aan toe dan de buurvrouw en ik bij elkaar!