Ontslag

Vanmorgen al vroeg “in bedrijf”. Het láátste bedrijf, nog voor de eerste en tevens laatste nevelsessie. Om 10 uur zou Jos me komen halen en dus had ik úren de tijd om mijn koffer in te pakken. Alles gaat traag nu, maar gelukkig schikt de klok zich zonder morren soepel naar mijn sloomheid.

Om hen te bedanken voor de goede zorgen, de aandacht en vooral voor alle inspiratie, heb ik, naar goed gebruik, een kaartje geschreven voor alle medewerkers van de afdeling.

Wetende hoeveel er op onze poli gesnoept wordt en dat ik nu niet staat ben een paar kilo pindarotsjes te maken en me realiserend hoe groot het verloop op een verpleegafdeling is, besloot ik niet te trakteren maar een bijdrage te leveren aan de personeelspot. Een sputumpotje, gevuld met opgehoeste euro’s. Heeft dat huffen toch nog íets opgeleverd.

Ontslagen uit het ene ziekenhuis, met een tussenstop thuis, op weg naar mijn 25-jarig jubileum in “mijn eigen” ziekenhuis, waar ik dan, feitelijk en welgeteld, zelfs al 27,5 jaar in bedrijf ben.

Ik heb nog even tijd nodig om op adem te komen maar ik kan niet wachten mijn comeback te maken. Of ik 1 augustus haal, is niet de vraag, of ik er dan al bén, en al zal stáán, dát wel.

Opgelucht ademhalen

Mijn weekje Hotelkerliek zit er bijna op! Het is zéker: morgen mag ik, met de beloofde portie Prednison-voor-een-paar-weken, naar huis!

De week is hoe dan ook, omgevlogen. De tijd is vérvlogen, de zuurstofdampen om me heen zijn nog nauwelijks opgetrokken en ik hul me nog in een nevel en mist van Atrovent.

Hoewel ik me nog steeds slechts een “vijfje” voel, voel ik me, gelukkig, veel beter dan vorige week om deze tijd.

Voor het verdere herstel zal ik nog een lange adem nodig hebben, zo is mij op het hart gedrukt. Ik ben in ieder geval opgelucht en erg blij dat ik met, fijne vooruitzichten, naar huis mag!

Het was geen Grey’s Anatomy, maar ’n mini-serie, adembenemend, ’n kort maar krachtig scenario, niet bloedstollend, maar wel met een fantastische cast en een bescheiden rolletje voor mij. Het kwam eigenlijk neer op één lange bedscène.

Morgen word ik uit het script geschreven en verdwijn ik van dit toneel, om op een later moment, in mijn eigen, langlopende, ziekenhuisserie mijn rentree te maken. Een serie zonder doemscenario’s.

Déze rol heb ik gespeeld en ik vond het, zelfs zonder tekst, best een lastige. De rol als artiest in het Circus Jeroen Bosch, vóelt, staat en past mij vele malen beter! Die is mij op het lijf geschreven!

Rap

Rap gaat het niet, maar ik boek vooruitgang: ik ben vanmorgen niet één keer, maar wel twéé keer achter elkaar de gang heen en weer gelopen en nog rechts af, 3 meter neurologie-gang er achter aan! Lig ik vervolgens op apegapen, word ik door de fysio wakker gemaakt om nogmaals mijn kunstje te vertonen.

Trap-, en rap lopen is geen harde eis om naar huis te mogen maar ik was toch wel erg benieuwd hóe ver ik zou komen op de trap. Dat blijken er 10 te zijn. Tréden. Welgeteld tien treden. De trap thuis telt er 22…

Gelukkig kan Jos heel goed trappen!

Feestneus

Ik wil niet te vroeg juichen maar sinds een uurtje doet hij het! Mijn neus!

Het avondeten, om 17 uur, kip en worteltjes, heb ik niet geproefd maar niet veel later bleek mijn kuipje vla, dat ik voor vanillevla aanzag, bananenvla te zijn en rook ik, net nu de tube zo goed als leeg is, eindelijk mijn Rituals hand-crème.

Ik proefde voor het eerst de cappuccino die Jos iedere avond voor me haalt, en ook de Verkade-over-de-top die hij, op mijn vriendelijk doch dringende verzoek, had mee gebracht. Voor het geval dát!

En passant ook even aan Jos gesnuffeld natuurlijk!

De Atrovent verwijdt niet alleen mijn luchtwegen maar de nevel slaat ook op mijn ogen. Jos vindt mijn grote pupillen maar vreemd en verdacht en vroeg zich, mijn arm afzoekend naar mijn waaknaaldje, af wat ik hier zoal toegediend krijg.

Misschien moet ik behalve mijn mond, ook mijn ogen dicht houden tijdens het (be)nevelen!

Cum laude

Mensen appen me en vragen me: “hoe voel je je?”

De afgelopen dagen voel ik me, op een schaal van 1 tot 10, een vier, en soms een 4,5. Dat was bij opname, zaterdag, subjectief nog een 1! Los nog van de onvoldoendes die ik, herhaaldelijk, op de SEH scoorde.

Als ik op bed lig, ben ik soms best een 5 of een 6. Cum laude zal ik het ziekenhuis niet verlaten, met lúcht zou al heel fijn zijn.

Net kwam opnieuw een verpleegkundige vrolijk mijn kamer binnengewandeld met in haar armen weer een prachtige bos bloemen.

Mijn longarts heeft overigens een rood OS ( OS > OD, mn temp ). Ik heb hem daar terloops even op gewezen maar hij nam me niet echt serieus. Maar ja, wat wil je ook, Spaans benauwd, op Spaanse sloffen, zonder witte jas en JBZ-pas?

Andersom zou ik hem ook niet serieus genomen hebben als hij mij op zijn pantoffels te woord had gestaan. Of zou het toch aan mijn verminderde zuurstoftoevoer van de afgelopen week liggen dat hij mij niet serieus nam?

Stiekem hoop ik dat hij morgen wakker wordt met een episcleritis of zo. OS > OD.

Dat zou goed zijn voor mijn geloofwaardigheid.

Hondenleven?

Het viel in eerste instantie wat tegen vanmorgen, toen de dokter zijn rondje deed. Het voelde een beetje tegenstrijdig: 2 dagen bijgeboekt én een nieuw “all-inclusive”-polsbandje, maar omdat het, weliswaar langzaam, de goede kant op gaat, mag ik wel -misschien- zaterdag naar huis!

Het klinkt allemaal nog onzeker, maar het klinkt -hoe dan ook- wel al béter!

De dokter beloofde me een doggy-bag vol Prednison, die moet ik de komende weken langzaam leeg eten. Op de poli vormen Tas en ik “de Pitbull en de Poedel”, dat slaat uitsluitend op onze kapsels, maar op dit moment voel ik me vooral een verpieterde poedel. Een poedel op Prednison.

Ik vrees voor een hondenleven de komende weken. Alhoewel, lekker in mijn mandje een beetje achter mijn oren gekriebeld worden… hóe vreselijk is dat?

Perspectief

Annie mocht gistermiddag, vrij onverwacht, met ontslag en is naar huis De bloemenbeperking is hiermee opgeheven. De wasbeperking ook, vermoed ik.

Binnen enkele uren arriveerde mijn nieuwe kamergenote. Ze is maar een paar jaar ouder dan ik en ze is er slecht aan toe. Haar vooruitzichten zijn somber, dermate somber dat zij zich alles, behalve druk maakt over een kamer “met zicht”, een serie op Ziggo of een ballon.

Ik ben op zoek naar andere luchtigheid.

Ik ben me er goed van bewust dat het niet zo goed met me gaat, maar kijkend naar mijn buurvrouw, is mijn mate van “niet goed” erg relatief en ben ik dankbaar en ben blij dat ik, met een flinke dosis geduld, Prednison en een lange adem, de zekerheid heb weer de oude te worden en volledig zal herstellen,  zonder restverschijnselen.

Hierbij ga ik er, voor mijn gemoed, maar vanuit dat het zuurstoftekort van deze week geen nadelige gevolgen heeft voor mijn geest en niet blijvend van invloed is op mijn brein, want dat is momenteel het enige dat nog wél functioneert.

Denk ik.

Horr-oor

Vroeg in de avonddienst ving ik een gesprekje op dat twee verpleegkundigen, op de gang, vlak voor “mijn kamer” met elkaar voerden.

De één zei dat het niet druk leek op de afdeling, de ander weerlegde en nuanceerde dat door te zeggen dat de afdeling “kampt” met een bed te veel. In plaats van 15 bedden, heeft de afdeling momenteel 16 bedden en dat houdt dus in: “één patiënt te veel…..” zo vertelde ze.

Met deze wetenschap ga ik de nacht in.

Wat ben ik blij dat ik uitgerekend vandáág een ballon heb gekregen!

Lucht-ballon

Lucht, verpakt in een mooi glimmende ballon in felle kleuren. Ik heb er één! Ein-de-lijk!

Het was een beetje ongepast om daar, zaterdag, doodziek op de SEH, al over te beginnen, maar toen een opname onafwendbaar bleek, dacht ik eerst in termen als “kut, shit, balen en wat nu”, maar die maakten al snel plaats voor kleurrijke visioenen van bloemen en ballonnen. Ik schaam me er niet eens voor!

Nu, na 5 dagen, is het zo ver, en ik vind dat ik hem dik verdiend heb. Met níks doen! Anja en Sterre brachten hem vanmiddag mee. Nu danst de ballon luchtig, vrolijk aan mijn voeteneind. Ik kijk er naar en doe nog steeds lekker niks. Word ik ook niet moe en hoef ik ook niet uit te rusten.

Vermaak

Wat ik zo al doe de hele dag? Nou, eigenlijk niet zo veel. Ik kán niet veel. Het is douchen en uitrusten. Ontbijten en op adem komen. Koffie drinken en slapen. En tegen de tijd dat ik op adem ben, wordt de lunch al weer geserveerd.

Mijn eetlust is ver te zoeken, het is eigenlijk meer eetlást, want eten vréét energie. Een boterham kost te veel moeite en ik eet vooral “yoghurtjes” en gesneden vers fruit. Ook daar beleef ik weinig lol aan, want proeven en ruiken doe ik nóg steeds niet.

Tussen de bedrijven door zijn er natuurlijk de vernevelsessies: minimaal 4 x per dag 15 minuten aan de Atrovent met Fluimicil, waarvan de verpleegkundigen zeggen dat ‘ie enorm stinkt, en verder de terugkerende controles, “heeft u vandaag ontlasting gehad?”, bloedprikken, fysio en de gang op en neer want ik móet stappen maken!

Als er tijd over is in het luchtruim, dan probeer ik, sinds gisteren, een beetje te tekenen, en wat me het beste afgaat is schrijven. Dat kost nauwelijks energie, dat kan gewoon lekker zittend en zelfs liggend, tot diep in de nacht, als het hier spookt.