25 jaar ooglid

Vandaag vier ik mijn jubileum. Het is 25 jaar geleden dat ik in dienst trad van, tóen, het Carolus Ziekenhuis. Toch heb ik niet zo veel met die datum, 1 augustus 1994. Het nieuwe contract voelde voor mij als een formaliteit.

Ik heb meer met 18 maart 1992, dát is de dag waarop ik, als 22-jarige, op de poli kwam werken, in dienst van de oogartsen. Na 2,5 jaar werd dat dienstverband overgenomen door het ziekenhuis.

En dus vier ik vandaag vooral dat ik 27,5 jaar geleden op de poli ben begonnen!

Korver en consorten

Wat was ik jong, timide en bang! Vooral voor dokter Korver, Cornelis. Die durfde ik toen nog niet van repliek te dienen, en te tutoyeren al helemáál niet. Tutoyeren wat hier, in Brabant, overigens vanzelfsprekender gevonden wordt en makkelijker en sneller gedaan werd en wordt, valt mij op, dan ik, van huis uit, in het westen gewend was.

Voor Cees Verdoorn was ik, hoewel hij flink stampij kon maken, we noemden hem ook wel dokter Verdorie, níet bang. Van hem had ik niets te vrezen. Toen ik namelijk in dat vroege voorjaar, op een woensdagmiddag, bij mevrouw Korver, ging solliciteren in de praktijk in Best, kwam Verdoorn net een nieuwe status halen waarbij zijn oog op mijn diploma van Het Rotterdamsch Lyceum viel.

Er waren destijds, in Rotterdam, 3 middelbare scholen die “er toe deden”. Cees had zijn diploma op één van die 3 behaald, maar “het Rotterdamsch” genoot in die tijd meer aanzien. En dus rolde ik, alleen al op grond van de naam van mijn school, zo door zowel de eerste als tweede ronde van de sollicitatieprocedure heen. Dat was nog eens geluk hebben!

Ik zat overigens op die school omdat het een goede maar vooral erg kleine school was. Níet voor het aanzien: ik deed niet aan “hackey of tannas”, ons huis stond niet in Hillegersberg, ik kwam niet uit Kralingen en ik kocht mijn kleding niet in de stad bij Maison de Bonneterie, of “de Bonne-tering” in goed Rotterdams, maar bij C&A en Zeeman op het Zuidplein.

Naast Korver en Verdoorn, had je natuurlijk ook nog Willem van Wijnen en Wim Klein Poelhuis. Van hen had niemand iets te vrezen. Zij waren altíjd voor rede vatbaar. Later maakten Wilda en Oege de club compleet.

Ik werkte vooral in Boxtel en Best. De oogarts die ‘s morgens spreekuur had in Boxtel, draaide ‘s middags spreekuur in Best. Ik had nog geen rijbewijs en iedere maandag – en dinsdagochtend kwam dokter Korver mij met de auto thuis ophalen om naar Boxtel te gaan. We reden tussen de middag samen terug naar Best voor het middagspreekuur.

De andere dagen ging ik met de trein naar Boxtel. Op woensdag reed ik soms met Cees mee terug naar Best, vaak via Haaren om thuis, samen met Karin, zijn vrouw, te lunchen.

Ik heb heel wat doodsangsten uitgestaan bij Cees in de auto -vaak een snelle sportwagen- op de landelijke binnendoor-weggetjes waarover hij vol gas scheurde. Gelukkig haalde ik net zo snel zelf mijn rijbewijs.

Dokter van Wijnen kwam op vrijdag altijd, weer of geen weer, op de race- of ligfiets, vanuit Zuilichem, via Boxtel naar Best en ’s avonds fietste hij dat hele eind weer helemaal terug. Bij hoge uitzondering kwam hij met de auto, in zijn eendje.

Wat is er veel veranderd en wat klink ik nu oud! Met destijds nog een papieren agenda die we zelf maakten en invulden, het verzamelen en tellen van de korte en lange kaarten, declaraties die we uitdraaiden en per post indienden bij de CZ en VGZ. Het maken van de statussen met voor iedere arts een eigen code en kleur. Korver was 1 en kleurde rood, van Wijnen 2 en blauw, KP, groen en 3. Verdoorn was 4 en zwart.

Mijn taken bestonden verder uit patiënten ontvangen, afspraken maken, de telefoon beantwoorden, huisartsen-brieven schrijven, statussen opzoeken en opruimen, ok-programma’s maken, koffie zetten en het bedienen van de auto-refractor en non-contact tonometer.

De poli bestond uit een geweldige en ook een gelijkwaardige groep mensen. Het waren fijne collega’s met wie ik 16 jaar lang heerlijk heb gewerkt en met wie ik veel heb gedeeld.

Ankie maakte, in mijn ogen, tóen al heel lang deel uit van de poli en Petra en Angelique waren net iets eerder dan ik begonnen. Twee jaar later kwam Astrid, en Mieke heb ik in de praktijk in Best binnen zien komen voor een snuffelstage toen ze in 6 VWO zat!

Al ben ik veel collega’s uit het oog verloren, ik kijk nog steeds met veel plezier en soms, zoals vandaag, met wat weemoed, terug op die tijd.

Gelukkig ben ik, ook na de omstreden scheiding, altijd met veel plezier blijven werken, met nieuwe collega’s en nieuwe artsen met nieuwe gebruiksaanwijzingen.

De “nieuwe” collega’s van na de fusie van destijds, zijn inmiddels ook “oud” en voelen al heel lang net zó vertrouwd. Het is niet voor niets dat ik hier al zo lang en zo graag met jullie allemaal werk!

Rol van betekenis

Over de afgelopen 11 jaar kan ik ook nog wel een boekje open doen, maar de meesten van jullie spelen daar zelf een grotere of kleinere rol in. Jullie maken een belangrijk deel uit van mijn leven dat zich grotendeels op de poli afspeelt en dus zal ik dát boekje dicht laten. Veel van deze verhalen kennen jullie immers al!

Maar goed, zoals duidelijk zal zijn, beleef ik een feestelijk jaar. Ik ben 50 jaar geworden, ik vier mijn 25-jarig jubileum en ik hoop nog heel lang met jullie allemaal te mogen werken ( ik zal ook wel móeten, en júllie met mij : ) en dan gráág met net zo veel liefde, humor, waardering en plezier als ik de afgelopen jaren heb ervaren, in de hoop samen nog flink wat hoofdstukken toe te kunnen voegen aan het boek dat nog lang niet uit is.

Maar wáár is de jubilaris?

Vandaag vier ik mijn jubileum, thúis.

Na een kort optreden op de set van het Elkerliek ben ik daar gelukkig weer snel uit het script geschreven. Veel tekst had ik daar overigens niet, het was ook slechts een gastrol. Ik was figurant in een bedscène die een week duurde. Tegenspelers als Dr. Ross of McDreamy waren in geen velden of wegen te bekennen. Die hebben ze niet in het Elkerliek. Dáár niet!

Ik had graag vandaag mijn comeback willen maken in mijn eigen, langlopende, ziekenhuisserie. Hoewel ik deze rol van binnen en buiten ken en alle teksten uit mijn hoofd weet, ben ik nog lang niet uitgespeeld. Desondanks kan ik nog niet terug in mijn rol en keer ik vandaag helaas nog niet terug op het vertrouwde toneel.

Met een actieradius van inmiddels wel al zo’n 2 x 450 meter, is Den Bosch is nog te ver, of is mijn ademweg nog tekort. Om met voldoende O2 naar A2 te komen, moet  ik nog flink wat stappen maken.

De taart komt later. En ik ook! Ik moet nog even op adem komen!

Fijne dag allemaal, lieve collega’s!

XXX

Code roodgloeiend

Er zijn de afgelopen week veel records verbroken maar niet door mij! Alhoewel, een persoonlijk zitrecord heb ik wel neergezet denk ik!

Met dagenlang extreme temperaturen tussen 37 tot 41 graden, was het lastig grenzen verleggen. Ik probéérde ze wel op te zoeken, maar ik vond ze al snel. Vlak achter de voordeur. ‘s Morgens heel vroeg naar de Jumbo of letterlijk een blokje om, da’s nu nog de limit.

Nu er regen is gevallen, die zó lekker ruikt, is het wat afgekoeld. Morgen wordt het slechts 27 graden. Ik heb me zelf als doel gesteld, samen met Jos, naar de stad te lopen, dáár koffie te drinken zonder appeltaart en weer terug te wandelen.

Het was gisteravond, met ín huis 33 graden niet te harden en we besloten verkoeling te zoeken in de Cacaofabriek. Een uitje! Weer eens wat anders dan de Jumbo! Én weer onder de mensen: zéker acht!

Normaal gesproken gaan we op de fiets naar de Cacaofabriek, nu zijn we met de auto door de 39 graden dikke deken gereden. Nou, cakou was het er! Het was er zeer aangenaam vertoeven.

Waar we een zwaar Frans drama verwachtten, kregen we een luchtige vrolijke Franse film voorgeschoteld.

https://youtu.be/HxEO3_yhTyc

Nu is het vrijdagavond en luister ik op onze binnenplaats naar de muziek die een band -live- in de Kasteeltuin speelt. Jos stuurt me af en toe wat sfeerbeelden via Whatsapp. Bij elk intro van ’n nieuw nummer dat ingezet wordt, app ik Jos de titel in de hoop het lied sneller te herkennen dan hij. Zo ben ik er toch ook een beetje bij.

Vorige week heb ik op deze manier, vanaf de binnenplaats, de hele ABBA tribute mee beleefd. Ik kon Thomas zelfs woord voor woord verstaan en hem zijn aan- en afkondigingen horen doen.

Jos heeft nog geopperd een rolstoel voor me te regelen maar dat zag ik niet zitten. Ik zit hier prima op de binnenplaats van ons eigen kleine kasteel.

‘n Prednibijzondere bijkomstigheid

Wat is het toch bijzonder om je continue bewust te zijn van de geuren die je omringen. Ongeacht wélke geuren dat zijn.

’s Morgens, onder de douche, ruikt mijn washandje eerst zacht geel naar de Robijn Zwitsal, daarna kleurt het, net zo zacht, naar de oranje Rituals mousse en voel ik me als een happy Bhudda.

Ik heb Roos, in een reukloze periode, een keer een busje Tom-Pouce-douche-mousse gegeven, écht HEMA! ’t Zag er schattig uit en het kon haast niet anders dan lekker roze ruiken. Dácht ik.

Begin deze maand, tijdens het inpakken en verhuizen van haar leven in Leuven, stopte ze het mij toe. “Sorry mam, hij is écht te zoet,” zei ze, wetende dat mij níets te zoet is en wetende dat ik toch niet zou ruiken hóe smerig zoet hij zou zijn. Tot twee weken terug, en inderdaad, hij blijkt bijna misselijkmakend zoet!

Nu was ik, op deze zwoele zomeravonden, voor het slapen gaan, mijn voeten er mee, met de zware vanilledampen ver verwijderd van mijn neus.

Ook nú pas ruik ik dat de shampoo van Holland&Barret, die ik al 2 maanden gebruik, écht naar cacao ruikt en hoe friszoet het micellair water van de HEMA ruikt.

Mijn tandpasta, haarcrème, deo en dagcrème. De Calci-chew, “o ja, da’s waar ook, citroen”.

Jos’ aftershave op de slaapkamer, zelfs als hij zelf al lang en breed beneden achter de krant zit. De kránt!

Ik was vergeten hoe de 3 smaken “fragance mist” van Victoria’s Secret ruiken. Ik schafte ze, in een reukrijke periode, enthousiast kort na elkaar aan, je weet immers maar nooit, en inderdaad, niet lang daarna verdween alle geur weer uit mijn leven.

Gaf ik het anders, na 8 x spuiten van decolleté, hals en polsen op, want stél nou dat ik na 5 x wél iets zou gaan ruiken, nu word ik na 2 x spuiten al bedwelmd door een groot gevoel van gelukzaligheid.

Het is dan net 8 uur geweest en de dag moet nog beginnen.

Uit eerste hand

Jos komt ook zo af en toe bij de apotheek. Hij heeft een triggerpink waarin hij de afgelopen jaren al een aantal keer, van de huisarts, een injectie heeft gekregen. Helaas steeds met, slechts, tijdelijk effect.

Bij de laatste injectie, 2 weken geleden, blijkt hij geen baat te hebben en dus wordt het tijd voor een volgende stap, zo lazen we al googelend. Handfysiotherapie, maar ook een spalk om de pink rust te geven maar vooral om te voorkomen dat zijn pink ‘s nachts krom trekt.

Al weken namelijk, moet Jos hem iedere morgen bij het wakker worden, met veel moeite, geforceerd, met zijn andere hand, recht zetten. Dit ritueel gaat, duidelijk hoorbaar, gepaard met veel pijn, geklaag en gekerm dat uitmondt in een lange diepe zucht van verlichting.

En dus ging Jos met zijn pink naar de overkant, naar de apotheek, voor een vingerspalk. “Om de juiste maat van de spalk te kunnen bestellen, vroeg de apothekersassistente me mijn pink op de balie te leggen”, vertelde Jos bij thuiskomst. “Toen legde ze, ter vergelijking, die van haar ernaast en zei, u heeft wel een grote zeg!”, vervolgde hij, glimmend van trots.

“Voor de zekerheid heeft ze er 2 besteld, ook nog een maatje groter. Morgen kan ik hem ophalen,” zo besloot Jos het gedetailleerde verslag van zijn bezoek aan de apotheek.

Geen bittere pil, géén dikke pil, maar wél een grote pink!

Daar kan je ook mee thuis komen!

Ik win terrein

Nou, ik anders óók hoor!

Ik win terrein, letterlijk en figuurlijk!

Ik rommel wat in huis en vandaag staat ook de JUMBO, op 2 minuten lopen van huis, op mijn lijstje.

Jos durft me weer alleen te laten. Het is een rustdag in de Tour en terwijl hij een etappe naar Tilburg fietst, lees ik mijn boek lekker uit.

De stad is nog een brug te ver

Gelukkig is er een vervolg op, en dáár op. En ook daar weer op. Maar zó veel tijd hoop ik niet nodig te hebben want dat zou mijn dikke pil van dat moment in een een bittere pil doen veranderen. ’t Is wel wrang en lang genoeg geweest zo.

Ik had me zelf als doel gesteld het volgende deel zelf, lópend, bij de boekwinkel in de stad, te gaan halen. De stad blijkt echter nog een brug te ver.

Gelukkig is er, hier in de straat, tegenover de apotheek, ook een bóekwinkel waar ik mijn volgende pil kan halen.

Vooruit

‘s Morgens vind ik me zelf een hele Piet en begin ik wat te enthousiast en overmoedig aan de dag, zo blijkt als ik om 10 uur uitgeteld aan de koffie zit.

Al met al gaat ‘t gelukkig, zij het kleine beetjes, beter. Ik ben vaker, of lánger op.

Als ik dan op ben, dan doe ik niets en dát wissel ik af met op bed liggen. De kunst van niets doen wilde ik graag onder de knie krijgen. Het ziet er naar uit dat dit me eindelijk gelukt is!

Is lezen níets doen? Want lézen, dát doe ik wel. Eindelijk! In dat boek dat al sinds vorig jaar oktober geduldig op mij ligt te wachten. Ik ben destijds gestrand op bladzijde 62. Mijn vele voornemens ten spijt, kom ik normaal gesproken niet aan lezen toe of gun mezelf de tijd er niet voor.

Nu héb ik tijd, waarmee ik niet veel anders kan doen dan lezen, ook ‘s nachts als de Prednison me met succes uit mijn slaap probeert te houden en ik onmogelijk in slaap kan komen. Ook dan is mijn dikke pil een uitkomst!

Mijn plasslang II

Als je bij de apotheek zegeltjes kon sparen, dan had ik kasten vol nieuwe handdoeken of kon ik iedere week gratis naar de Efteling. Ik ben daar kind aan huis.

Vandaag ben ik er ook weer 2 keer geweest, de apotheek is gelukkig heel dichtbij, aan aan de overkant. Vanuit onze slaapkamer kijk ik er zo binnen. Eerst heb ik er, vanmorgen vroeg, een urinepotje gehaald omdat ik een ontstoken plasslang dacht te hebben. De blaasontsteking werd rond het middaguur door de huisarts bevestigd en dus kon ik, met een volle spaarkaart, voor wéér een antibioticumkuur.

Mijn straal, en mijn wereld, wordt daarmee langzaam wel wat groter en beslaat inmiddels een gebied waarbinnen zowel de apotheek, het ziekenhuis als de huisartsenopraktijk vallen.

Niks te vertellen

Ik heb nog niet veel te vertellen en daar heb ik me maar bij neer gelegd. Letterlijk. Er zit weinig anders op. Het is de hele dag op en af, maar meer af dan op. De hometrainer staat hier op de slaapkamer en vanuit bed zwaai af en toe even naar hem. Zelfs afstoffen doe ik hem niet nu. Ik kijk, vanaf de bank, hijgend naar de Tour de France. Zo lang ik niks doe, gaat het prima met me.

Alleen aan mijn eetlust kan ik merken dat het beter met me gaat. Ik heb weer trek, soms ook honger en ja, het feit dat ik weer smaak heb, draagt daar natuurlijk ook aan bij. De Prednison ook…

Appeltaart

Heerlijk om weer thuis te zijn. Heel even voelt het vreemd en onwennig. Het is dat gevoel, dat je ook krijgt, althans ík, als je verwonderd om je heen kijkt, wanneer je thuiskomt na een vakantie.

Ik heb de ballonnen een prominente plek in huis gegeven. En het lijkt warempel wel feest. Kaarten, bloemen, ballonnen, bezoek. Bezoek dat gebakjes meebrengt, en Jos die ondertussen een appeltaart voor me bakt!

De smaak en geur van appeltaart, dát is waarop ik me, in mijn smaakloze periode, het meest heb verheugd. En paprika chips!

In beide behoeften is inmiddels ruimschoots voorzien! Natuurlijk, ik heb er nog veel meer, en waar de Prednison deze behoeftes gretig wil omarmen, probeer ik ze uit alle macht te negeren.

Het gaat gelukkig niet alleen om proeven en eten. Ook alleen geuren al geven kleur aan een dag. De geur van thuis, van schone handdoeken uit de droger, van regen, snoeiafval en shampoo, verse jus d’orange en doucheschuim, m’n mascara, de kelderkast, brood, bakken en braden. Niets is, voor mij, vanzelfruikend! Ik word er door omringd, ben me continue bewust van de nevel van geuren die mijn gemoed kleurt. Ik hoef niet eens mijn best te doen ze aan te raken. Ze zijn er gewoon.