Feestneus

Ik wil niet te vroeg juichen maar sinds een uurtje doet hij het! Mijn neus!

Het avondeten, om 17 uur, kip en worteltjes, heb ik niet geproefd maar niet veel later bleek mijn kuipje vla, dat ik voor vanillevla aanzag, bananenvla te zijn en rook ik, net nu de tube zo goed als leeg is, eindelijk mijn Rituals hand-crème.

Ik proefde voor het eerst de cappuccino die Jos iedere avond voor me haalt, en ook de Verkade-over-de-top die hij, op mijn vriendelijk doch dringende verzoek, had mee gebracht. Voor het geval dát!

En passant ook even aan Jos gesnuffeld natuurlijk!

De Atrovent verwijdt niet alleen mijn luchtwegen maar de nevel slaat ook op mijn ogen. Jos vindt mijn grote pupillen maar vreemd en verdacht en vroeg zich, mijn arm afzoekend naar mijn waaknaaldje, af wat ik hier zoal toegediend krijg.

Misschien moet ik behalve mijn mond, ook mijn ogen dicht houden tijdens het (be)nevelen!

Cum laude

Mensen appen me en vragen me: “hoe voel je je?”

De afgelopen dagen voel ik me, op een schaal van 1 tot 10, een vier, en soms een 4,5. Dat was bij opname, zaterdag, subjectief nog een 1! Los nog van de onvoldoendes die ik, herhaaldelijk, op de SEH scoorde.

Als ik op bed lig, ben ik soms best een 5 of een 6. Cum laude zal ik het ziekenhuis niet verlaten, met lúcht zou al heel fijn zijn.

Net kwam opnieuw een verpleegkundige vrolijk mijn kamer binnengewandeld met in haar armen weer een prachtige bos bloemen.

Mijn longarts heeft overigens een rood OS ( OS > OD, mn temp ). Ik heb hem daar terloops even op gewezen maar hij nam me niet echt serieus. Maar ja, wat wil je ook, Spaans benauwd, op Spaanse sloffen, zonder witte jas en JBZ-pas?

Andersom zou ik hem ook niet serieus genomen hebben als hij mij op zijn pantoffels te woord had gestaan. Of zou het toch aan mijn verminderde zuurstoftoevoer van de afgelopen week liggen dat hij mij niet serieus nam?

Stiekem hoop ik dat hij morgen wakker wordt met een episcleritis of zo. OS > OD.

Dat zou goed zijn voor mijn geloofwaardigheid.

Hondenleven?

Het viel in eerste instantie wat tegen vanmorgen, toen de dokter zijn rondje deed. Het voelde een beetje tegenstrijdig: 2 dagen bijgeboekt én een nieuw “all-inclusive”-polsbandje, maar omdat het, weliswaar langzaam, de goede kant op gaat, mag ik wel -misschien- zaterdag naar huis!

Het klinkt allemaal nog onzeker, maar het klinkt -hoe dan ook- wel al béter!

De dokter beloofde me een doggy-bag vol Prednison, die moet ik de komende weken langzaam leeg eten. Op de poli vormen Tas en ik “de Pitbull en de Poedel”, dat slaat uitsluitend op onze kapsels, maar op dit moment voel ik me vooral een verpieterde poedel. Een poedel op Prednison.

Ik vrees voor een hondenleven de komende weken. Alhoewel, lekker in mijn mandje een beetje achter mijn oren gekriebeld worden… hóe vreselijk is dat?

Perspectief

Annie mocht gistermiddag, vrij onverwacht, met ontslag en is naar huis De bloemenbeperking is hiermee opgeheven. De wasbeperking ook, vermoed ik.

Binnen enkele uren arriveerde mijn nieuwe kamergenote. Ze is maar een paar jaar ouder dan ik en ze is er slecht aan toe. Haar vooruitzichten zijn somber, dermate somber dat zij zich alles, behalve druk maakt over een kamer “met zicht”, een serie op Ziggo of een ballon.

Ik ben op zoek naar andere luchtigheid.

Ik ben me er goed van bewust dat het niet zo goed met me gaat, maar kijkend naar mijn buurvrouw, is mijn mate van “niet goed” erg relatief en ben ik dankbaar en ben blij dat ik, met een flinke dosis geduld, Prednison en een lange adem, de zekerheid heb weer de oude te worden en volledig zal herstellen,  zonder restverschijnselen.

Hierbij ga ik er, voor mijn gemoed, maar vanuit dat het zuurstoftekort van deze week geen nadelige gevolgen heeft voor mijn geest en niet blijvend van invloed is op mijn brein, want dat is momenteel het enige dat nog wél functioneert.

Denk ik.

Horr-oor

Vroeg in de avonddienst ving ik een gesprekje op dat twee verpleegkundigen, op de gang, vlak voor “mijn kamer” met elkaar voerden.

De één zei dat het niet druk leek op de afdeling, de ander weerlegde en nuanceerde dat door te zeggen dat de afdeling “kampt” met een bed te veel. In plaats van 15 bedden, heeft de afdeling momenteel 16 bedden en dat houdt dus in: “één patiënt te veel…..” zo vertelde ze.

Met deze wetenschap ga ik de nacht in.

Wat ben ik blij dat ik uitgerekend vandáág een ballon heb gekregen!

Lucht-ballon

Lucht, verpakt in een mooi glimmende ballon in felle kleuren. Ik heb er één! Ein-de-lijk!

Het was een beetje ongepast om daar, zaterdag, doodziek op de SEH, al over te beginnen, maar toen een opname onafwendbaar bleek, dacht ik eerst in termen als “kut, shit, balen en wat nu”, maar die maakten al snel plaats voor kleurrijke visioenen van bloemen en ballonnen. Ik schaam me er niet eens voor!

Nu, na 5 dagen, is het zo ver, en ik vind dat ik hem dik verdiend heb. Met níks doen! Anja en Sterre brachten hem vanmiddag mee. Nu danst de ballon luchtig, vrolijk aan mijn voeteneind. Ik kijk er naar en doe nog steeds lekker niks. Word ik ook niet moe en hoef ik ook niet uit te rusten.

Vermaak

Wat ik zo al doe de hele dag? Nou, eigenlijk niet zo veel. Ik kán niet veel. Het is douchen en uitrusten. Ontbijten en op adem komen. Koffie drinken en slapen. En tegen de tijd dat ik op adem ben, wordt de lunch al weer geserveerd.

Mijn eetlust is ver te zoeken, het is eigenlijk meer eetlást, want eten vréét energie. Een boterham kost te veel moeite en ik eet vooral “yoghurtjes” en gesneden vers fruit. Ook daar beleef ik weinig lol aan, want proeven en ruiken doe ik nóg steeds niet.

Tussen de bedrijven door zijn er natuurlijk de vernevelsessies: minimaal 4 x per dag 15 minuten aan de Atrovent met Fluimicil, waarvan de verpleegkundigen zeggen dat ‘ie enorm stinkt, en verder de terugkerende controles, “heeft u vandaag ontlasting gehad?”, bloedprikken, fysio en de gang op en neer want ik móet stappen maken!

Als er tijd over is in het luchtruim, dan probeer ik, sinds gisteren, een beetje te tekenen, en wat me het beste afgaat is schrijven. Dat kost nauwelijks energie, dat kan gewoon lekker zittend en zelfs liggend, tot diep in de nacht, als het hier spookt.

Vliegende vaart

Vorige week vloog ik nog over de poli. Toegegeven, écht hard liep ik op dat moment al niet meer. Meewarige blikken vielen mij toen al ten deel en toen ik om half 7 bulderend de poli verliet, werd ik nageroepen: ”zo, zo, nog één nachtje…” Het werden er uiteindelijk 2, maar diegene had wél goed gezien en heeft er duidelijk oog voor.

Dat het zo’n vaart zou lopen, dat zag ik toen niet aankomen. De vaart is er nu volledig uit. Álle vaart is er uit en ik schuifel nog slechts, hier over de gang van de longafdeling, snakkend naar adem, happend naar lucht, op zoek naar inspiratie.

De zakkenwasser III

Inmiddels weet ik alles over het “durreke” van de wasmachine van de buurman. Uit eerste hand nog wel! Hij heeft me er in geur en kleur, zeer gedetailleerd, over verteld en hij was er nog trots op ook.

Op het, voor slechts €39,95 -door van Duppen- gerepareerde “durreke”, waarvan een “pinneke” was afgebroken omdat het “durreke” van de nieuwe wasmachine niet open wilde en hij het misschien per ongeluk toch wel enigszins iets geforceerd had.

Ik weet inmiddels ook dat hij net als Jos 67 is, bijna 68…. en dat hij, door het hele gedoe, behoorlijk van de kook was!

Als een roos…

Om vannacht niet continu in de fel verlichte gang te kijken, én in de hoop iets makkelijker in slaap te komen, heb ik mijn bedgordijn een stukje dicht getrokken. Zo dim ik het licht enigszins en waan ik me wat in de luwte van het luchtledige.

De afdeling maakt zich op voor de nacht, diensten worden overgedragen en in de stilte van het duister vallen bepaalde geluiden meer op dan tijdens het geroezemoes gedurende de dag. De geluiden in de nacht laten zich dimmen noch dempen maar worden hooguit iets diffuser.

Er wordt geroepen, gerocheld, geblaft en gepiept. Het is het piepen van kunststof klompen en van infuuspompen, van vernauwde luchtpijpen en van paniek. Ik doe mijn naam eer aan door af en toe ook een aardig deuntje mee te doen. Ik doe daarbij overigens niet onder voor een zeehond.

De buurvrouw ligt al uren op één oor en slaapt als een roos. Ze vertoont nog steeds geen tekenen van een pathologische of anafylactische reactie op mijn bloemen.

Voor de zekerheid heb ik ze voor de nacht maar wel even op de gang gezet.

De bloemen. Níet Annie.