Ik lijd aan MPS of misplaatste poep-schaamte: chronisch plaatsvervangende poep-schaamte. Oók toen ik zelf nog niet in het gelukkige bezit van een hond was, ergerde ik me al mateloos aan alle drollen op de meest onfatsoenlijke plekken in het straatbeeld. Nu ik zelf een hond heb, zie ik ze werkelijk tijdens ieder rondje écht overál.
Het is alsof het gros van de hondenbezitters er schijt aan heeft. Omdat ik de hoop opgegeven heb en ik me er niet overheen kan zetten, noch aan voorbij kan gaan, ruim ik, tijdens onze dagelijkse rondjes niet alleen de nog warme poep van mijn eigen hond op maar ook de oude koude nagelaten drollen van andere hondeneigenaren. “En zoals het verschonen van de poepluier van je eigen kind minder vies is dan het verschonen van die van een ander, geldt dat ook voor het opruimen van uw hondenpoep, beste mede-hondeneigenaar. Ik prijs me gelukkig als het vriest omdat uw achtergebleven bevroren bolus zich nou eenmaal makkelijker laat oprapen dan uw zachte smurrie.”
Ik verbaas me, met het schaamrood op mijn kaken, over de ook nog eens níet strategische plekken waar hondenbezitters de uitwerpselen van hun trouwe nietsvermoedende en onschuldige viervoeters achterlaten: stelselmatig midden op ‘t trottoir, zó fijn voor voetgangers met kinderwagens of mensen met rollators en rolstoelen en óók lekker voor elke andere argeloze voetganger die zich veilig waant op de stoep. Ik vind uw achtergelaten verantwoordelijkheid zelfs vlak voor de deur of het tuinpad van woningen en op plekken waar de poepzakjes voor het grijpen hangen, notabene náást de drollen die er voor het oprapen liggen.
En hoewel ik er zélf regelmatig in stínk, kan ik er nooit iemand op betrappen want geen hond die het ziet gebeuren. Ik vraag me af welk soort mensen zo onfatsoenlijk en laks is om hier schijt aan te hebben. Is het de notoire trottoir-kakker of de alledaagse bakker van bruinbrood die hier, als poep-passant, schijt aan heeft? Hóe of wíe dan ook, het daderprofiel ervan vind ik, en velen vermoedelijk met mij, regelmatig terug onder mijn schoenen. Technisch onderzoek door de poep-politie zou wellicht naar de potentiële veelplegers kunnen leiden, aan bewijs immers geen gebrek.
“Beste drol-depositanten ik richt me, mede namens uw buren, buurtgenoten en mede-hondenbezitters, tot u en vraag u vriendelijk doch dringend in het vervolg een bepaalde mate van stoep-fatsoen in acht te nemen door uzelf enige vorm van trottoir-etiquette aan te meten.
Per slot van rekening is de stoep van iedereen maar die poep is van ú alleen.”
